Tegen een echt Hollandse wolkenlucht die ongeveer tweederde deel van het doek beslaat, tekent zich het oude stadhuis van Zwolle haarscherp af. De bezoeker van de stad zal het gebouw precies zo aantreffen als Frits Dang (Nijmegen, 1953) het verbeeld heeft. De omgeving krijgt hij er niet bij; die behoort tot het rijk der dromen van de schilder.
Op het plein voor het stadhuis staat Adam, een beeld van Rodin dat op Dang een melancholieke indruk maakt. Zowel in het geknakte hoofd als het armgebaar meent hij een aanwijzing te zien dat hij naar Frankrijk moet gaan, op zoek naar veelzeggende gebaren. Een reisje naar Bretagne vormt de aanleiding voor een serie schilderijen, Mysterie Tours, waarvan De ontmoeting van het reisgezelschap deel uitmaakt.
Direct naast Adam staat op het trottoir een vrouw. Zij draagt een rijk geplooide japon en haar hoofd wordt gesierd door een grappig mutsje met een bloemetje erop. Haar theatraal gespreide vingers lijken te spreken.

Tegen wie steekt zij een oratie af? De enige toehoorder in de buurt is een man die zijn handen vol heeft aan het voortduwen van een fiets. Dat het niet gemakkelijk gaat bewijst zijn houding; liggend op de grond probeert hij zo veel mogelijk kracht te zetten. Wat wil je ook met een fiets met één wiel door het zand! Ook hij draagt een geplooid gewaad, dat in de oudheid niet misstaan zou hebben.
 
Aan de andere kant van het stadhuis vaart een boot, met daarin drie personen. Het water is spiegelglad en doet eerder denken aan een ijsvlakte. De opvarenden lijken direct uit hun bed te komen. Een dame in een doorschijnend négligé en een kanten slaapmutsje op zwaait met haar rechterarm hoog in de lucht naar het eerder genoemde gezelschap; met de andere bedekt ze zedig haar schaamstreek. De man op de punt heeft over zijn t-shirt een badjas aangetrokken. Zijn neus lijkt op die van een clown. Van de derde persoon in lichtblauw blijft het geslacht onduidelijk.
 
De gezelschappen kunnen naar elkaar zwaaien, maar wanneer de boot zijn koers handhaaft, ontmoeten ze elkaar nooit echt. Trottoir en water raken elkaar wel op een haar na en vormen diagonalen die het werk een enorme diepte geven.
Het resultaat is groter dan de som der delen; met elkaar vormen de heel realistisch geschilderde mensen en voorwerpen een surrealistisch beeld en het is dan ook niet verwonderlijk dat Dang zich laat inspireren door Salvador Dali, Karel Willink en Wim Schumacher.
 
De kunstenaar werkt op de academische manier. Na vele voorstudies volgt een uiterst gedetailleerde werktekening. Vervolgens schildert hij op mdf met acryl laag over laag in glacis, waardoor de onderliggende- door de buitenste lagen heen gloeien. 
Details als de weerspiegeling van het gebouw in het water, de verweerde sokkel waarop Adam staat, de op de Griekse oudheid geïnspireerde vaas en de schaduwen van de objecten zijn waanzinnig goed geschilderd. Mooier dan in de mooiste droom!


Ineke Slootweg – kunsthistoricus


 

Frits Dang zet neer wat hij denkt te zien of gedroomd heeft te gaan zien. Dit verklaart zijn twijfel tussen realisme en surrealisme.
Maar met strakke potlood en penseelstreken toont hij een stuk realiteit op papier of op paneel wat weinigen evenaren.
Geliefde onderwerpen zijn de mens in al zijn twijfels en charmes en het dier dat een voorname en warme plaats vindt in tal van zijn werken. Soms is er een monumentaal exposé van classicisme,maar dat blijft dan toch tastbaar. Frits Dang gebruikt kleur als functionaliteit van de gedachte. Kortom: fascinerend, liefdevol en vooral intrigerende kunstwerken, wat eindeloos boeit;Van excellente kwaliteit.
 
Drs. C.G. Werkman - galeriehouder